Geschiedenis

Recente geschiedenis

Oekraïne

Toen in 2022 de oorlog in Oekraïne uitbrak, richtten wij onze aandacht meteen op de vele kinderen en gezinnen die op de vlucht waren. Dankzij de connecties van een van onze gastouder-vrijwilligers kwamen we datzelfde jaar in contact met Mothers of Pre-Carpathia, een lokale hulporganisatie die moeders en kinderen uit zwaar getroffen regio’s zoals Cherson, Marioepol, Loehansk en Donetsk ondersteunt.

Via deze organisatie en een school in Ivano-Frankivsk konden in 2023 maar liefst 34 Oekraïense kinderen op vakantie komen bij 26 gastgezinnen. De meeste kinderen waren samen met hun moeder gevlucht; vaders bleven vaak achter aan het front. Sommigen verloren hun huis, huisdieren of zelfs familieleden.

In Ivano-Frankivsk gaan de kinderen opnieuw naar school in Lyceum 1. Sinds 2024 werken wij rechtstreeks met deze school. De leerkrachten kennen de kinderen het best en selecteren daarom de kinderen met de grootste noden: gezinnen met lage inkomens, moeilijke huisvesting, eenoudergezinnen of kinderen waarvan de vader omkwam of nog steeds aan het front staat.

In 2024 ontvingen wij 28 kinderen in 22 gastgezinnen, en in de zomer van 2025 29 kinderen in 21 gastgezinnen. Veel kinderen worden jaar na jaar opnieuw uitgenodigd door hun gastgezin.

Nieuwe gastgezinnen melden zich geleidelijk aan, maar de nood blijft groot. Heel wat Oekraïense kinderen hopen op een uitnodiging voor de komende zomer. Inschrijvingen sluiten jaarlijks op 1 mei.

Pogingen tot opvang in België (2022–2023)
Na de stopzetting van ons project in Wallonië in april 2022 onderzochten we diverse mogelijkheden om kinderen op te vangen die in België verblijven na hun vlucht uit Oekraïne. We hadden gesprekken met opvanginitiatieven in Mechelen en Antwerpen, Fedasil en het Bisdom Gent. Ondanks dit brede overleg kwam er geen concreet voorstel: moeders wilden tijdens deze onzekere periode hun kinderen niet langdurig uit handen geven, en niet-begeleide minderjarigen werden reeds elders opgevangen.

Via het Bisdom Gent kwamen we wel in contact met een organisatie in Lviv die wezen en kinderen uit moeilijke thuissituaties opvangt. Hoewel zij geïnteresseerd waren in samenwerking, bleek reizen in de zomer van 2022 te riskant. De deur naar samenwerking in 2023 bleef wel op een kier.

Project Wallonië
Na de zware overstromingen in de Vesdervallei in 2021 onderzochten we de mogelijkheid om een project Wallonië op te starten. Ondanks grote inspanningen en ondersteuning van Caritas kwam er geen samenwerking tot stand. Lokale organisaties vonden het moeilijk om medewerkers te vinden voor de selectie van kinderen en merkten dat veel kwetsbare gezinnen hun kinderen niet op vakantie willen laten gaan.

Na drie pogingen besloten we het project stop te zetten.

Belarus – On hold

De coronapandemie in 2020 en de politieke spanningen in Belarus in 2021 maakten het onmogelijk om Wit-Russische kinderen te ontvangen. In 2022 werd de situatie nog moeilijker: door de oorlog in Oekraïne en de betrokkenheid van Belarus werden de vrijheden van onze partnerorganisatie verder ingeperkt en werd hun overheidslicentie voor kindervakanties ingetrokken. Met spijt moesten we onze samenwerking (hopelijk tijdelijk) on hold zetten. We blijven wel in contact en hopen op een toekomstig herstel van het project.

Slowakije & Kroatië

Enkele jongvolwassenen uit Slowakije en Kroatië blijven nog steeds op eigen initiatief op vakantie komen bij hun gastgezinnen. Het gaat om meerderjarige jongeren die een sterke, jarenlange band hebben opgebouwd. Wij ondersteunen deze verblijven graag met tussenkomst in transportkosten en een persoonlijke verzekering.
We zijn onze trouwe gastgezinnen dankbaar voor hun blijvende inzet en warme betrokkenheid.

1946 - 2020

Sinds 1946 was de stichter van Euro-Children, de priester Robert Matthieu (hier beter gekend als Father Robert), aalmoezenier van een scoutsgroep: de 18e Corneel Maynée – groep, die vergaderlokalen gebruikte in één van de overgebleven militaire domeinen, waar nu de ring rond Antwerpen loopt. In dat zelfde militair domein was ook een andere pas gestichte scoutsgroep aangekomen: de Prins Albert Scoutsgroep voor Oorlogswezen. Ook die groep zocht naar een aalmoezenier.Father Robert werd ook hiervoor gevraagd. Hoewel de leiding vanuit een christelijke inspiratie werkte, waren de scouts zelf afkomstig uit de meest uiteenlopende middens. Het waren jongens waarvan de vader tijdens de oorlog was overleden in een concentratiekamp of in eigen land om het leven kwam door de Duitse bezetter. Een groot deel van de jongens kwam uit ongelovige middens, sommigen hadden een communistische familie als achtergrond.

De Prins Albert Groep werd financieel in leven gehouden door een flinke groep weldoeners: kort na het einde van de oorlog waren er heel wat personen die graag hulp boden voor initiatieven ten bate van oorlogswezen. Dit gaf aan de groep een reeks mogelijkheden, waarvan andere scoutsgroepen toen slechts konden dromen: o.m. kampen in het buitenland.

Naarmate de jongens iets ouder werden, konden deze ingeschakeld worden in de leiding van de scoutsgroep. Dank zij alles wat ze in eigen familiekring hadden meegemaakt, stonden meerderen onder hen zeer open voor sociale projecten.

De aankoop van een tweedehands Britse staffcar, zou het begin worden van een lang avontuur … dat begon in het “Europadorf – Aachen”. Deze eerste Siedlung voor heimatlozen, was een initiatief van Pater Pire (nobelprijswinnaar).

Door bemiddeling van de plaatselijke directie van het Europadorp werd een project uitgewerkt, waardoor de scouts van de Prins Albertgroep er minstens één weekend per maand kwamen en er ontspanning brachten voor de talrijke kinderen. Het was een zinvol teken, dat juist deze jongens waarvan de vader door oorlogsomstandigheden om het leven kwam, velen onder hen in Duitsland zelf, nu juist in dat land hulp wilden bieden aan andere kinderen, die uit hun eigen land waren verdreven.

Door de permanente contacten van de scouts met de kinderen in Aken, werden tijdens de kersvakantie 1955 enkele van de kinderen opgenomen in gastgezinnen. Dit werd een groot succes, en voor de komende grote vakantie waren er reeds meer aanvragen van kandidaat-gastgezinnen dan er kinderen waren. Daarom werd er getracht tot een officiele samenwerking te komen. Jeugd zonder land werd geboren ( eerste naam Euro-Children) Aken was beperkt in zijn aanbod en de horizonten werden verruimt.

Toch bleef de stad Aken voor het latere Euro-Children een belangrijk symbool.

In 1956 werd er een conferentie ingericht over het vluchtelingenprobleem in Europa. Hildegarde Feld, een Luxemburgerin, werkte in opdracht van het Amerikaanse NCWC (National Catholic Welfare Conference) in de vluchtelingenkampen van Baden-Wurttemberg . Tijdens haar uiteenzetting stelde ze uitdrukkelijk de vraag of de aanwezige vertegenwoordigers van allerhande organisaties geen kans zagen, ten minste tijdens de vakantieperiode enkele kinderen uit deze kampen op te nemen.

De leiding van de Prins Albertgroep ging akkoord een beperkte poging te ondernemen. Er werd overeengekomen dat Caritas-Stuttgart een veertigtal jongens mocht uitkiezen, die tijdens de vakantie zouden kamperen onder de verantwoordelijkheid van de Prins Albert Groep voor Oorlogswezen. De leiding en de oudste jongens zorgden voor het kamp in de omgeving van Antwerpen. Op het kamp werd meteen gedacht aan een nieuwe en passende naam : geen oorlogswezen, maar “Jeugd zonder Land”.

De jongens en de verantwoordelijken in Stuttgart waren zo tevreden over het kamp, dat onmiddellijk de vraag werd gesteld in de toekomst meer kinderen uit te nodigen … ook meisjes en misschien ook kinderen in gastgezinnen.

Zo begon in 1956, tijdens dehogervermelde conferentie in Akenen het eerste experiment met een scoutskamp, de lange geschiedenisvan Jeugd zonder Land. Na meerdere jaren werking zou nadien de naam worden veranderd in het huidige “Euro-Children”.

Het aantal vluchtelingenkampen in het Bundesland Baden-Wurttemberg was zeer aanzienlijk, we vinden alleen nog de namen terug van de kampen waarvan toen kinderen naar ons land kwamen: Bad Cannstatt, Esslingen, Waiblingen, Singelfingen, Weildorf, Mannheim. Op sociaal vlak was het belangrijk te weten, dat de meerderheid van de bewoners behoorde tot de gezinnen met de grootste sociale problemen.

Ze vormden in zekere zin “de rest” of “het overschot” achtergebleven nadat de besten reeds waren uitgeweken naar Australië, Kanada en de Verenigde Staten. In de persoonlijke gegevens van de kinderen vonden we als gemeenschappelijke sociale noemer vooral: één-oudergezinnen met veel kinderen. En waar er nog een vader vermeld werd was deze meestal “werkloos en onderhevig aan drankproblemen”.

Dank zij zeer veel hulp van de diverse media en de publiciteit rond de oproep van Koning Boudewijn naar aanleiding van het jaar van de vluchtelingen, was het mogelijk in dat jaar 200 kinderen uit deze kampen op te nemen binnen de werking van Jeugd zonder Land.

In 1959 was het mogelijk tijdens de vakantie 538 kinderen uit de Duitse vluchtelingekampen over te brengen naar ons land. De meesten in gastgezinnen maar ook de scouts bleven jongenskampen organiseren.zo ook Priester leraar Louis Van Mullem ( tot jaren 80) Louis Van Mullem bleef intussen beheerder van de vzw Euro-Children. Na een langdurende slepende ziekte, is hij overleden te Gent op 10 februari 2010.

Tijdens de voorbereiding voor 1960 werd het duidelijk dat nog meer sociale diensten van Caritas-Stuttgart en andere steden graag kinderen zouden zenden. Dank zij zeer veel hulp van de media lukte het ook een groot aantal nieuwe gastgezinnen te bereiken. Kort voor de vakantieperiode werden de lijsten afgesloten met een totaal van 800 kinderen.

Naarmate de vluchtelingenkampen werden afgebouwd, zou ook het aantal kinderen vanuit Duitsland kleiner worden. Maar intussen had Jeugd zonder land ook contacten met de oostenrijkse caritas die vooral in Ober-Österreich een zeer grote toevloed van vluchtelingen moest opvangen. Op een bepaald ogenblik werden zelfs de resterende kinderen uit Duitsland, tijdens de reis “aangekoppeld” aan een trein uit Oostenrijk. Daarom is het moeilijk het exacte aantal kinderen dat uit Duitsland kwam afzonderlijk weer te geven. Voor beide landen samen kwamen er tot in 1995 samen 27 448 kinderen ( over de jaren heen) Tot in 1995 zouden er nog kinderen uit Oostenrijk naar ons land komen.

In 1963 werden een veertigtal Hongaarse kinderen uitgenodigd uit Noorwegen en Zweden. Omwille van de taal die ver verwijderd was van de germaanse talen was dit moeilijk. Ondanks de kinderen tevreden terugkeerden ervaarden de gastgezinnen dit als zeer moeilijk. Weinigen nodigden opnieuw heruit. De jaren nadien kwamen de kinderen wel terug maar niet meer in gastgezinnen maar op georganiseerde kampen .. de lutherse kerk hielp met deze accommodatie. In totaal kon Jeugd zonder Land over de jaren heen zo 325 Hongaarse kinderen een mooie vakantie bezorgen.

Jeugd zonder Land was blij dat er een oplossing was gevonden, en nam tot in 1971 de volledige kosten op zich voor dit jaarlijks kamp Ook de bidonvilles in Parijs kwamen aan bod.

De actie liep verder tot in 1971 met een totaal van 125 kinderen. Toen hadden de meeste gezinnen uit de Cité de la Joie ergens anders een onderkomen gevonden.

Later kwamen er kinderen uit Noord-Ierland, Tjecho-Slovakije, Tjechie, Sovakije, Kroatie en Bosnie-Herzegovina ( burgeroorlogen, onafhankelijkheidstrijden waren vaak de aanzet tot nood aan kansen voor kinderen uit deze gebieden) Op dit moment gaan wij vooral in zee met kinderen uit Belarus bleek dat dit niet zo eenvoudig was, daar heel wat organisaties wereldwijd in deze regios actief waren en men terughoud was voor nieuwkomers.

In 2009 was er een eerste contact met de verantwoordelijken van Caritas Linz. Uit deze contacten bleek een samenwerking een goede oplossing. Enig probleem dat we zouden moeten oplossing was de reis. Eens de kinderen in Linz aankwamen, waren ze reeds 2 dagen met een bus onderweg. Men vond het echter niet verantwoord om de kinderen voor België dan nog eens een lange busreis te laten ondernemen. Uit dit contact bleek echter ook dat het zeer moeilijk werken was met de plaatselijke autoriteiten.

Wat in 2009 enkel een contact was werd in 2010 een ontmoeting met de verantwoordelijken hier in Brussel. Uit deze ontmoeting bleek dat Caritas LInz het ontvangstprogramma zou stopzetten omdat ze een nieuwe richting uit wilden gaan.

In 2010 werd onze organisatie gecontacteerd door Caritas Belarus met een vraag tot samenwerking. Wat uiteindelijk leidde tot een eerste bezoek aan Minsk in het najaar van 2010.

Uit de ontmoeting bleek dat ze vragende partij waren om een samenwerking te starten. Ook hun kinderen hadden te lijden onder de gevolgen van de milieuramp die zich daar nu bijna 35 jaar terug had voltrokken. De kerncentrale bevindt zich in Oekraïne op een 100-tal km van de Belarus-grens.

Wel werd gesteld om ook de kinderen die niet in het grote rampgebied woonden ook mee te nemen. Omdat bij de massale hulpacties deze kinderen uit de boot vielen.

Na een grondige evaluatie besliste het directiecomité om bij wijze van proef een 10-tal kinderen uit te nodigen. Begin juli 2012 stond voor de eerste maal een groep Belaruskinderen op de luchthaven van Schiphol. Zij werden met een lijnbus naar de luchthaven van Deurne gebracht waar de gastouders hen opwachtten.

Ook wij ondervonden een zeer stroef Belarus overheidsapparaat dat het ons niet makkelijk maakte. De verklaring daarvoor bleek dat ze zeer alert zijn omdat er in de loop der jaren al heel wat kinderen niet terugkwamen.

Gelukkig is het ons uiteindelijk gelukt om een erkenning te krijgen, met veel dank aan de attaché op de Duitse ambassade die namens de EU optreedt.

Door deze erkenning konden wij in 2013 terug een groepje uitnodigen.

Op 28 juni stonden opnieuw een 14-tal kinderen ons op te wachten op de luchthaven van Schiphol, die terug met de lijnbus naar Deurne werden gebracht.

Zowel in 2018 als in 2019 hing de komst van onze kinderen aan een zijden draad(je) daar de communicatie met Caritas heel stroef verliep en pas laattijdig ter plaatse werd behandeld om de administratieve documenten voor de kinderen in orde te brengen. Dit mocht geen 3e keer gebeuren, dus moesten we dringend de contacten met onze Belarus-vrienden verstevigen. Met ons bestuur waren we het er allen over eens: een persoonlijk ontmoeten i.p.v. gemail is een dringende noodzaak. Dus werden plannen gesmeed en via onze toevluchtsman van de voorbije maanden, Dominic Verhoeven (directeur Caritas Vlaanderen) bereikten we de plaatselijke Cartiasmedewerkster – die de Engelse taal machtig is – om deze Belarustrip te plannen (want ook dat was blijkbaar een groot probleem). Op zondag 4 november 2019 werden we door Father Vitaly (is niet echt een vreemde taal) en een medewerkster ontvangen in hun bescheiden kantoor, een woonhuis in de buitenwijk van Minsk. Van thuis hadden we uiteraard wat chocolade meegebracht. Zoiets lekkers breekt altijd het ijs, en het jubileumboekje welke Euro-Children bij hun 50-jarig bestaan had uitgegeven. Deze gespreksopener deed Father Vitaly beseffen dat onze werking, nu reeds 61 jaar actief, een rijk verleden had. Door de vermelde cijfers was hij verwonderd dat zoveel kinderen uit zoveel landen, kansen kregen om bij Vlaamse gezinnen op vakantie te komen. Hij uitte dan ook onmiddellijk zijn respect voor dit initiatief. Snel werd duidelijk dat de communicatie de laatste twee jaar helaas niet goed verliep. Langs onze kant, werd ook niet genoeg duiding gegeven aan Father Vitaly, die nu 4 jaar directeur is van Caritas Belarus. De ontmoetingen in het verleden waren met de vorige directeur gebeurd en ons project was blijkbaar niet overgedragen. Father Vitaly was dan ook verveeld door het feit dat er fouten zijn gebeurd, met als gevolg vertragingen bij de vakantieplanning van de kinderen. Het duurde dan ook niet lang of het enthousiasme groeide om kinderen die het daar heel moeilijk hebben ook vakantiekansen bij ons aan te bieden. Duiding werd gegeven wie wat doet: zij staan in voor de juiste selectie van kinderen en zorgen voor een contactpersoon. Wij van onze kant zoeken gastouders die het kind met zijn geloof (wat voor hen nog heel belangrijk is) en gewoontes respecteren. Tevens vertelden we dat het in onze wereld heel moeilijk is om elk jaar opnieuw gastgezinnen te vinden die dit engagement willen aangaan, gezien hun drukke bestaan door hun werk, hun gezin en het zovele dat ze willen verwezenlijken. Maar gelukkig konden we ook getuigen dat net zij die dit doen steeds mensen zijn met een gouden hart. Ieder met zijn eigen afkomst, welvaart, geloof, leeftijd… Allen willen daadwerkelijk tijd en een open thuis zijn door te delen wat ze hebben. Zomaar, belangeloos voor niets. Tevens luisterde Father Vitaly aandachtig naar het vele vrijwilligerswerk die hieraan zomaar besteed wordt. Evenals de vele mensen die ons project steeds opnieuw steunen met giften, het organiseren van een quiz, bloemenverkoop, spelletjeskraam op markten… Caritas Belarus voelde hoe sterk onze Euro-Children-familie wel is en waardeerde ons verhaal heel oprecht. Father Vitaly stond er dan ook op dat we samen een heerlijk typisch gerecht aten. Als bevestiging van onze nieuwe verbondenheid overhandigden we hen onze vlag in een grappige, officiële ceremonie.

Onze samenwerking met Caritas is sindsdien opnieuw sterk en we kunnen er weer volop tegenaan.

Met droefheid vernamen we op 18 september 2018 het overlijden van onze stichter Father Robert. Dankbaar en met veel respect kijken wij terug wat hij heeft gedaan voor onze vereniging en de vele kinderen die, dank zij zijn initiatief kansen kregen om hun wereld te openen, opportuniteiten kregen om te studeren, levenslange banden op te bouwen met onze gastgezinnen.
Rust zacht, Father Robert. +
Je blijft voor altijd het symbool, de levende kracht van jouw geesteskind Euro-Children.

Overlijdensbericht